De H'anbalie madz-hab

De stichter: imaam Ah 'mad (778-855 n.C.)
De geleerde aan wie deze madz-hab wordt toegeschreven is Ah'mad ibn H'anbal ash-Shaybaanie. Hij werd in Bagdag geboren in het jaar 778 n.C. hij werd een van de grootste onthouders en vertellers van h'adieth van zijn tijd. Zich concentrerend op zijn studie van h'adieth, bestudeerde Ah'mad fiqh  en ha'dieth wetenschappen onder imaam Aboe Yoesoef, de bekende student van Aboe H'aniefah, alsook onder imaam ash-Shaafi'ie zelf.

Imaam Ah'mad onderging een reeks vervolgingen onder de khaliefen van zijn tijd vanwege hun toepassing van de Moe'tazilitsche filosofie. Hij werd gedurende twee jaar gevangen gezet en gemarteld op bevel van khalief al-Ma'moen (regeerde van 813 tot 842 n.C.), vanwege zijn verwerping van het filosofischeidee dat de Qor-aan geschapen (makhloeq) was. Nadat hij vrijgelaten was, hervatte hij zijn onderwijs in Bagdad totdat al-Waathiq khalief werd (regeerde van 842 tot 846 n.C.) en zijn vervolging voortzette. Daardoor stopte imaam Ah'mad met het onderwijzen en hield hij zich gedurende vijf jaar schuild totdat khalief al-Moetawakkil (847 - 861 n.C.) het khalifaat overnam. Khalief al-Moetawakkil beëindigde de vervolging - aangemoedigd door de geleerde van al-Moe'tazillah - Definitief en verwierp officieel hun filosofie. Vervolgens hervatte imaam Ah'mad ibn H 'anbal het lesgeven in Bagdad totdat hij overleed in het jaar 855 . C.

De vorming van de H'anbalie madz-hab
Imaam Ah'mad's grootste interesse was de verzameling, vertelling en interpretatie van h'adieth. Zijn onderwijsmethode bestond uit het dicteren van ah'hadieth uit zijn enorme collectie bekend als al-Moesnad, die bestond uit meer dan 30.000  ah'aadieth, alsook de verschillende meningen van de sah'aabah met betrekking tot hun interpretatie (van de bronnen). Vervolgens paste hij de ah'aadieth of oordelen toe op verschillende bestaande problemen. Als hij geen geschikte h'adieth of mening kon vinden om een probleem op te lossen, dan gaf hij zijn eigen meningen en verbood hij zijn studenten tegelijkertijd om ook maar één van zijn eigen oplossingen te noteren als resultaat werd zijn madz-hab niet door zijn studenten te boek gesteld, maar door hun studenten.

Bronnen van wetgeving geruikt door de H'anbalie madz-hab
1. De Qor-aan
Er was geen verschil tussen de manier waarop Ah'mad ibn H ánbal de Qor-aan benaderde en die van hen zijn voorgangers. Met andere woorden, de Qor-aan werd prioriteit gegeven boven al het andere en ook onder alle omstadigheden.

2. De Soennah
Evenzo stond de Soennah van de profeet op de tweede plaats van de gebruikte fundamentele principes van het afleiden van wetten bij de stichter van deze wetschool. Zijn enige voorwaarde was dat de ah'aadieth marfoe' moesten zijn, dat wil zeggen dat ze direct aan de profeet toegeschreven zijn.

3. Idjmaa' van de sah'aabah
Imaam Ah'mad erkende de consensus betreffende het standpunt van de sah'aabah en plaatste het op de derde positie onder de fundamentele principes. Hij wantrouwede wel de beweringen van idjmaa' buiten het tijdperk van de sah'aabah en beschouwde deze als onnauwkeurig, te wijten aan het grote aantal geleerden en hun wijden verspreiding door heel het moslimrijk. Volgens zijn mening was idsmaa' buiten het tijdperk van sah'aabah onmogelijk.

4. De individuele meningen van da sah'aabah
Als er zich een probleem voordeed op een gebied waar de sah'aabah tegenstrijdige meningen over hadden geuit, dan hechtte Ah'mad, net zoals Maalik, waarde aan alle verschillende standpunten. Daarvoor ontwikkelden zich binnen de madz-hab vele gevallen van diverse oordelen voor individuele kwesties.

5. H'adieth dha'ief (zwakke h'adieth)
Voor een uitspraak over een zaak waar geen van de voorgaande vier principes een oplossing voor hadden, gaf de imaam de voorkeur om een zwakke h'adtieh te gebruiken in plaats van het toepassen van zijn eigen logische redenering (qiyaas). Maar dit was onder voorwaarde dat de zwakte van de h'adieth niet het gevolg was van het feit dat een van de overleveraars geclassificeerd was als een faasiq of een kadzdzaab (leugenaar).

6. Qiyaas
Als laatste hulpmiddel, dat wil zeggen als er geen enkel ander principe toegepast kan worden, paste imaam Ah'mad met tegenzin het principe van qiyaas toe en leidde hij een oplossing af gebaseerd op een of omeerdere van de voorgane principes.

De voornaamste studenten van de H'anbalie madz-hab
Imaam Ah'mad's voornaamste studenten waren zijn eigen twee zonen Saalih' (overleden in 873 n.C.) en 'Abdoellah (overleden in 903 n.C.). imaam al-Boekhaarie en imaam Moeslim, de samenstellers van de meest voortreffelijke verzamelingen van h'adieth, behoorden tot de grote geleerden van h'adieth die studeerden onder imaam Ah'mad ibn H'anbal.

Volg ons op twitter

Follow us on Twitter

Onze Nieuwsbrief

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle veranderingen

Zusters e-mail

Vrouwelijke bezoekers:

Wij verzoeken alle vrouwelijke bezoekers het adres zusters@ahlul-tawhid.com te gebruik indien ze contact willen opnemen met ons.

Ahlul-Tawhid.com & SCRIBD Ahlul-Tawhid.com & Facebook Ahlul-Tawhid.com & Twitter

Wijze Uitspraken

فنقول: إذا كان يعمل بالكفر والشرك، لجهله، أو عدم من ينبهه، لا نحكم بكفره حتى تقام عليه الحجة؛ ولكن لا نحكم بأنه مسلم،

De kinderen van Muhammad bin AbdulWahhab en Hamad bin Nasr Al-Mu’ammar hebben gezegd: ”Als de daad die hij deed kufr en Shirk komt door onwetendheid of afwezigheid van iemand die hem hierover informeert, dan oordelen wij niet over hem met Kufr totdat de Hujjah op hem is gevestigd. Maar wij oordelen niet over hem dat hij een Moslim is.”

Ad Durar as Saniyyah, 10/136

Site Login