an Naba; (78:24-40) - Mei

Wanneer zij het dan binnentreden, ‘zullen zij daarin geen koelte proeven, noch drank.’ Oftewel, niets zullen zij vinden om hun huiden te verkoelen of hun dorst te lessen. ‘Behalve, kokend water,’ water dat zo heet is dat het hun gezichten verschroeit en hun ingewanden uiteen doet spatten. ‘En etter,’ dat afkomstig is van de inwoners van de Hel en gekenmerkt wordt door uiterste smerigheid, weerzinwekkendheid en walgelijkheid.

Het ondergaan van deze verschrikkelijke straffen is voor hen een ‘Een adequate beantwoording,’ voor de wandaden die zij pleegden en die hen hiertoe brachten. Het is niet Allah Die hen onrecht aandeed, maar zij zijn het die zichzelf onrecht aandeden. Vandaar dat Hij, de Verhevene hun daden vermeldt die voor hen de aanleiding zijn geweest om deze represaille te ondergaan.

‘Waarlijk, zij voorzagen geen verrekening.’ Oftewel, zij geloofden niet in de wederopstanding, noch dat Allah de schepping zou belonen, met het goede of het slechte. Vandaar dat zij werken voor het Hiernamaals verwaarloosden.

‘En zij loochenden Onze Tekenen ten volle.’ Oftewel, zij verwierpen Onze Tekenen geheel, ondubbelzinnig en onomwonden en stelden zich hier hardnekkig tegen op.

‘En alles, zowel de kleine als grote zaken, hebben Wij in een Boek opgesomd.’ Oftewel, Wij hebben dit geregistreerd in de Bewaarde Tafel. Laten de misdadigers daarom niet denken dat wij ze bestraffen voor iets dat zij niet hebben gedaan. Ook kunnen zij ervan uitgaan dat geen van hun daden verloren zullen gaan of hier maar iets van in vergetelheid zal raken. Zoals Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En het Boek (met hun daden) zal voor hen geplaatst worden en jij zult de zondaren in angst zien wegens wat daarin staat. En zij zullen zeggen: ,,Wee ons, wat is dat voor een Boek dat niets kleins weglaat en niets groots, zonder dat berekend te hebben.” En zij zullen wat zij deden voor zich treffen. En jouw Heer doet niet één van hen onrecht aan.” (Soerat al-Kahf: 49)

‘Proeft daarom,’ O jullie loochenaars, deze verschrikking en aanhoudende vernedering. ‘Wij zullen jullie in niets vermeerderen, behalve in bestraffing.’ Met het verstrijken van de tijd neemt deze kastijding alleen maar toe. Dit vers behoort tot de meest aangrijpende verzen als het gaat om de foltering van de mensen van het Vuur. Moge Allah ons hiervoor behoeden.

Nadat Allah de toestand van de misdadigers heeft vermeld, gaat Hij over op het noemen van de eindbestemming van de godsvruchtigen. ‘Waarlijk, voor de godsvruchtigen is er een triomf.’Degenen die de Toorn van hun Heer vreesden door zich aan Zijn voorschriften te houden en weg te blijven van de zonde, voor hen is er overwinning, redding en verwijdering van het Vuur.

Daarin schuilt voor hen de overwinning. ‘Gaarden,’ die rijk zijn aan diverse bomen en vruchten waaronder‘druiven’.De reden waarom Hij, de Verhevene, druiven specifiek benoemt, is vanwege zijn weelderige aanwezigheid in het Paradijs en zijn eerbaarheid.

Ook stromen er rivieren door het Paradijs en zijn er ‘begerige gezellinnen’ te vinden wier jeugd niet verwelkt. Zij zijn gelijk in leeftijd en niet vervuld van haat en nijd jegens elkaar. Hun leeftijd is drieëndertig jaar, het meest volmaakte levensjaar.

‘En metnectar gevulde bokalen,’ die aangenaam is voor de drinkenden.

‘Zij horen daarin niet ijdel gepraat,’ oftewel onzin, noch loochening. "Zij horen daarin geen zondigheid." Zoals Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Zij horen daarin niet ijdel gepraat en geen zondigheid.” (Soerat al-Waaqicah: 25)

‘Een beloning van jouw Heer, als verdiende loon.’ Allah schenkt hen deze rijke beloning uit Gunst en Vrijgevigheid vanwege hun verrichtingen waartoe Allah hen in staat stelde en die aanleiding zijn geweest voor het bereiken van deze grootse status.

Degene Die hen deze giften heeft geschonken, is hun Heer. ‘De Heer der hemelen en aarde en wat zich tussen beiden bevindt.’ De Schepper en Bestuurder ervan. ‘De Meest Barmhartige’ Wiens Barmhartigheid alles en iedereen omvat. Hij is het Die hen opvoedde, begenadigde, met zachtmoedigheid behandelde en hen in staat stelde om te bereiken wat ze hebben bereikt.

Vervolgens haalde Hij Zijn Grandioosheid en Koningschap aan die op de Dag der Opstanding gemanifesteerd zullen worden. Alle schepselen zullen op die Dag het stilzwijgen opgelegd krijgen. ‘Zij zijn niet bij machte Hem toe te spreken.’ Behalve degenen die daarvoor toestemming krijgen en de waarheid spreken. Niemand zal dus het woord geboden worden, behalve als hij aan de hiervoor genoemde twee voorwaarden voldoet. ‘Dat is de Dag van de Waarheid’, waarop geen ruimte geschonken wordt aan valsheid en leugens.

‘Op die Dag zullen de Geest en de Engelen zich in rijen opstellen.’ De Geest is Djibriel, vrede zij met hem, die als de meest vooraanstaande onder de Engelen wordt beschouwd. Hij en de overige Engelen zullen op de Dag der Opstanding vol ootmoedigheid in het gelid staan. ‘Zij spreken niet, behalve aan wie de Meest Barmhartige toestemming geeft en die de waarheid spreekt.’

Nadat Allah, de Verhevene, de blijde tijding heeft overgebracht en de strenge waarschuwing heeft doen uitgaan, zegt Hij: “Dat is de Dag van de Waarheid. Laat degene die wil dan ook een terugkeer naar zijn Heer nemen.” Oftewel, goede daden en handelingen verrichten waarop hij kan steunen op de Dag der Opstanding.

‘Waarlijk, Wij hebben jullie gewaarschuwd voor een ophanden zijnde bestraffing,’ want deze bestraffing is in aantocht en alles wat in aantocht is, is nabij. ‘Op de Dag dat de mens zal kijken naar wat zijn handen voorheen hebben gewrocht.’ Dat zal hem bezig houden en angst inboezemen. Laat hem dan voorbereidingen treffen voor de Eeuwigdurende Verblijfplaats.

“O jullie die geloven, vreest Allah en laat iedere ziel toezien op wat zij vooruit heeft gezonden voor de volgende Dag. En vreest Allah. Waarlijk, Allah is Alziend over wat jullie doen.” (Soerat al-Hashr: 18)

Als iemand op de Dag der Opstanding het goede treft, laat hem dan Allah prijzen. Treft hij dit echter niet, dan kan hij slechts zichzelf verwijten. Vandaar dat de ongelovigen, vanwege de ernst van de situatie en de grote spijt, het vurige verlangen zullen hebben ophouden te bestaan. ‘En de ongelovige zal zeggen: ,,O was ik maar tot stof vergaan.’

Volg ons op twitter

Follow us on Twitter

Onze Nieuwsbrief

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle veranderingen

Zusters e-mail

Vrouwelijke bezoekers:

Wij verzoeken alle vrouwelijke bezoekers het adres zusters@ahlul-tawhid.com te gebruik indien ze contact willen opnemen met ons.

Ahlul-Tawhid.com & SCRIBD Ahlul-Tawhid.com & Facebook Ahlul-Tawhid.com & Twitter

Wijze Uitspraken

فنقول: إذا كان يعمل بالكفر والشرك، لجهله، أو عدم من ينبهه، لا نحكم بكفره حتى تقام عليه الحجة؛ ولكن لا نحكم بأنه مسلم،

De kinderen van Muhammad bin AbdulWahhab en Hamad bin Nasr Al-Mu’ammar hebben gezegd: ”Als de daad die hij deed kufr en Shirk komt door onwetendheid of afwezigheid van iemand die hem hierover informeert, dan oordelen wij niet over hem met Kufr totdat de Hujjah op hem is gevestigd. Maar wij oordelen niet over hem dat hij een Moslim is.”

Ad Durar as Saniyyah, 10/136

Site Login