an Naazi'at; (79:31-46) - Augustus
‘En Hij bracht water en gewassen uit haar voort. En de bergen vestigde Hij,’ stevig in de grond. Het uitstrekken van de aarde vond plaats na het scheppen van de hemelen zoals vermeld staat in dit vers. Wat betreft de schepping van de aarde zelf, deze vond plaats voor de schepping van de hemelen, zoals ons te kennen wordt gegeven in andere verzen. Zo zegt Allah (interpretatie van de betekenis): “Hij is Degene Die voor jullie alles wat op aarde is geschapen heeft, daarna wendde Hij zich tot de hemel en vormde deze tot zeven hemelen.” (Soerat al-Baqarah: 29)
Degene Die in staat is om deze overweldigende hemelen en uitgestrekte aarde te scheppen, is ongetwijfeld in staat om de schepping na de dood op te wekken om deze vervolgens ter verantwoording te roepen voor hun daden. Vandaar dat Allah, de Verhevene, na het aanhalen van de voorgenoemde zaken het aanbreken van het Uur aansnijdt.
‘Wanneer dan de Overweldigende Gebeurtenis aantreedt.’ Met andere woorden, wanneer de Dag der Opstanding zich voordoet met al zijn verschrikkingen, op die Dag zal zelfs een vader zijn kind veronachtzamen, een vriend zijn kompaan en een geliefde zijn beminde.
‘Op die Dag zal de mens zich herinneren wat hij nastreefde,’ aan goeds en slechts in het wereldse leven. Hij zal wensen dat zijn verdiensten met het gewicht van een mosterdzaad zouden toenemen en iedere mosterdzaad aan zonde doet hem treuren en wenen. Op die dag komt hij erachter dat het zijn daden in het wereldse leven zijn die de doorslag geven.
‘En de Hel zal opdoemen voor wie ziet.’ De Hel zal namelijk gereedgemaakt worden voor de zijnen.
‘Wat betreft degene die de grenzen te buiten ging.’ Door zich schuldig te maken aan de grote zonde.
‘En het wereldse leven verkoos,’ boven het Hiernamaals, beperkte zich tot het nastreven van wereldse zaken, besteedde zijn tijd slechts aan het verzadigen van zijn lusten en geneugten en vergat te werken voor het Hiernamaals.
‘Waarlijk, de Hel is dan de verblijfplaats,’ van degene die zich aan het voorgenoemde schuldig maakte.
‘En wat betreft degene die het staan voor zijn Heer vreesde, en de ziel weerhield van (valse)begeerte.’ Door de angst in zijn hart voor de vergelding van zijn Heer te laten prevaleren en de begeerten uit het veld te slaan, die afhouden van het gehoorzamen van Allah. In zo’n mate dat zijn begeerten in overeenstemming werden gebracht met datgene waarmee de Profeet (vrede zij met hem) is gekomen.
‘Waarlijk het Paradijs is dan de verblijfplaats.’ Dat al het goede, blijdschap en gunsten behelst.
‘Zij vragen jou naar het Uur, wanneer dit zal plaatsvinden?’ De halsstarrige ontkenners vragen naar het aanbreken van het Uur.
Waarna Allah, de Verhevene, hen antwoordde: “Hoe kun jij hiervan melding maken?” Oftewel, wat voor nut heeft het voor jou en hen om hiervan weet te hebben. Dit heeft geen enkele nut!
Vandaar dat Allah, de Verhevene, deze zaak voor Zichzelf gehouden heeft, zeggende: “Bij jouw Heer eindigt (de kennis) hierover.”
‘Waarlijk, jij bent slechts een waarschuwer voor degene die hem (het Uur) vreest.’ Oftewel, het zijn slechts degenen die vrees hebben voor het Uur en de Verrekening die werkelijk baat zullen hebben bij jouw waarschuwing. Wie hier echter niet in gelooft en hier geen aandacht aan schenkt, aan hem zijn deze worden niet besteed. Het betaamt de Allerwijze niet om enige aandacht aan dit soort mensen te schenken.
Onze Nieuwsbrief
Zusters e-mail
Vrouwelijke bezoekers:
Wij verzoeken alle vrouwelijke bezoekers het adres zusters@ahlul-tawhid.com te gebruik indien ze contact willen opnemen met ons.




