Shubha van de gravenaanbidders
قال الإمام محمد بن عبد الوهاب رحمهما الله تعالى في إبطال هذا الإفك:
«فلا إله إلاَّ الله، نفي، وإثبات الإلهية كلها لله. فمن قصد شيئًا من قبر، أو شجر، أو نجم، أو ملك مقرب، أو نبي مرسل، لجلب نفع، وكشف ضر، فقد اتخذه إلهًا من دون الله، مكذب بلا إله إلاَّ الله، يستتاب، فإن تاب وإلاَّ قتل.
فإن قال هذا المشرك: لم أقصد إلاَّ التبرك، وإني لأعلم أن الله هو الذي ينفع ويضر، فقل له: إن بني إسرائيل ما أرادوا إلاَّ ما أردت كما أخبر الله
عنهم أنهم لما جاوزوا البحر:
﴿فَأَتَوْاْ عَلَى قَوْمٍ يَعْكُفُونَ عَلَى أَصْنَامٍ لَّهُمْ قَالُواْ يَا مُوسَى اجْعَل لَّنَا إِلَـهًا كَمَا لَهُمْ آلِهَةٌ﴾ [الأعراف: 138]
Imam Muhammad bin AbdulWahhab, rahimahullah, heeft gezegd in verband met het onderuit halen van de leugens van graf aanbidders: Dus laa ilaaha ilallah bevat de negatie en bevestiging van godheid in zijn geheel aan Allah. Degene die zich richt aan een graf, boom, steen, engel of een boodschapper, om zo een bepaalde voordeel te verkrijgen of een nadeel te verwijderen, hij heeft hem als god genomen naast Allah en verloochent daarmee laa ilaaha ilallah. Hem wordt de kans gegeven op berouw. Of hij toont berouw of anders wordt hij gedood.
Als deze mushrik zou zeggen: ‘Ik had geen andere bedoeling dan het zoeken naar iets goeds en ik ben overtuigd dat voordeel en nadeel alleen Allah kan geven.’ Dan dien je hem te antwoorden met het antwoord dat de Israëlieten alleen hetgeen wilden wat jij wilde zoals Allah ons over hen informeerde toen zij de zee overstaken:
فَأَتَوْاْ عَلَى قَوْمٍ يَعْكُفُونَ عَلَى أَصْنَامٍ لَّهُمْ قَالُواْ يَا مُوسَى اجْعَل لَّنَا إِلَـهًا كَمَا لَهُمْ آلِهَةٌ قَالَ إِنَّكُمْ قَوْمٌ تَجْهَلُونَ
…en zij kwamen tot een volk dat aan zijn afgoden was gehecht. Zij zeiden: "O, Moesa, maak ons een god zoals dit (volk) goden heeft." Hij antwoordde: "U bent zeker een onwetend volk. (soerah al Araf, 7:138)
وفي الصحيح عن ابن عباس وغيره: كان يلت السويق للحاج، فمات، فعكفوا على قبره.
فيرجع هذا المشرك، يقول: هذا في الشجر، والحجر، وأنا اعتقد في أناس صالحين، أنبياء وأولياء، أريد منهم الشفاعة عند الله، كما يشفع ذو الحاجة عند الملوك، وأريد منهم القربة إلى الله، فقل له: هذا دين الكفار بعينه، كما أخبر سبحانه بقوله: ﴿وَالَّذِينَ اتَّخَذُوا مِن دُونِهِ أَوْلِيَاء مَا نَعْبُدُهُمْ إِلَّا لِيُقَرِّبُونَا إِلَى اللَّهِ زُلْفَى﴾ [الزمر: 3]، وقوله: ﴿وَيَعْبُدُونَ مِن دُونِ اللّهِ مَا لاَ يَضُرُّهُمْ وَلاَ يَنفَعُهُمْ وَيَقُولُونَ هَـؤُلاء شُفَعَاؤُنَا عِندَ اللّهِ﴾ [يونس: 18].
وقد ذكر أناسًا يعبدون المسيح وعزيرًا، فقال الله: هؤلاء عبيدي، يرجون رحمتي كما ترجونها، ويخافون عذابي كما تخافونه، وأنزل الله سبحانه: ﴿قُلِ ادْعُواْ الَّذِينَ زَعَمْتُم مِّن دُونِهِ فَلاَ يَمْلِكُونَ كَشْفَ الضُّرِّ عَنكُمْ وَلاَ تَحْوِيلاً﴾ [الإسراء: 56]. وقال تعالى: ﴿وَيَوْمَ يَحْشُرُهُمْ جَمِيعًا ثُمَّ يَقُولُ لِلْمَلَائِكَةِ أَهَؤُلَاء إِيَّاكُمْ كَانُوا يَعْبُدُونَ * قَالُوا سُبْحَانَكَ...﴾ الآيتين [سبأ: 40، 41].
والقرآن، بل والكتب السماوية من أولها إلى آخرها مصرحة ببطلان هذا
الدين، وكفر أهله، وأنهم أعداء الله ورسوله، وأنهم أولياء الشيطان، وأنه سبحانه لا يغفر لهم، ولا يقبل عملاً منهم، كما قال تعالى: ﴿إِنَّ اللّهَ لاَ يَغْفِرُ أَن يُشْرَكَ بِهِ وَيَغْفِرُ مَا دُونَ ذَلِكَ لِمَن يَشَاء﴾ [النساء: 48]،
In de Sahih van ibn Abbas, radiyallahu ‘anh, en anderen wordt overgeleverd dat ze zeiden: ‘Hij gaf de hujjaaj te drinken uit zijn bron en toen hij dood ging, waren zij constant rond zijn graf.’
Deze mushrik komt terug en zegt: ‘Dit slaat op bomen en stenen maar ik ben overtuigd van de goede mensen, boodschappers en awliyah, en van hun vraag ik bemiddeling bij Allah net zoals de behoeftige bemiddeling zoekt bij de koningen voor iemands benodigdheden. Daarmee wil ik alleen de nabijheid van Allah.’ Zeg dan tegen hem dat dit de religie van de ongelovigen is zoals de Meest Verhevene heeft gezegd:
وَالَّذِينَ اتَّخَذُوا مِن دُونِهِ أَوْلِيَاء مَا نَعْبُدُهُمْ إِلَّا لِيُقَرِّبُونَا إِلَى اللَّهِ زُلْفَى
…En degenen, die naast Hem anderen als beschermers nemen, zeggende: "Wij aanbidden dezen slechts opdat zij ons in Allah’s nabijheid brengen." (soerah az Zumar; 39:3)
En Hij zegt:
وَيَعْبُدُونَ مِن دُونِ اللّهِ مَا لاَ يَضُرُّهُمْ وَلاَ يَنفَعُهُمْ وَيَقُولُونَ هَـؤُلاء شُفَعَاؤُنَا عِندَ اللّهِ
En zij aanbidden naast Allah wat hen niet schaadt en niet baat, en zij zeggen: "Dezen zijn onze voorsprekers bij Allah." (soerah Yoenoes; 10:18)
Allah heeft de mensen genoemd die Iesa, alayhi salaam, en Uzayr aanbaden en Hij zei: ‘Dat zijn Mijn slaven die hopen op Mijn genade net als jullie. Ze vrezen Mijn bestraffing net als jullie.’ Daarna openbaarde Allah het volgende:
قُلِ ادْعُواْ الَّذِينَ زَعَمْتُم مِّن دُونِهِ فَلاَ يَمْلِكُونَ كَشْفَ الضُّرِّ عَنكُمْ وَلاَ تَحْوِيلاً
Zeg, "Roept degenen aan die gij u naast Hem inbeeldt; maar dezen hebben geen macht om het kwaad van u te verwijderen, of het te veranderen." (soerah al Israa; 17:56)
En de Verhevene zegt:
وَيَوْمَ يَحْشُرُهُمْ جَمِيعًا ثُمَّ يَقُولُ لِلْمَلَائِكَةِ أَهَؤُلَاء إِيَّاكُمْ كَانُوا يَعْبُدُونَ * قَالُوا سُبْحَانَكَ
40. En de Dag waarop Hij hen allen tezamen zal verzamelen, zal Hij tot de engelen zeggen: "Plachten dezen u te aanbidden?" 41. Zij zullen antwoorden: "Glorie zij U! (soerah as Saba; 34:40-41)
De Qur’an en zelfs alle hemelse boeken, van de eerste tot de laatste, wijzen op de ongeldigheid van zulk geloof, ongeloof van haar aanhangers en dat zij de vijanden van Allah en Zijn boodschappers zijn, net zoals dat zij de beschermers van de duivel zijn. Allah zal zulke mensen niet vergeven noch zal Hij hun daden accepteren. De Verhevene zegt:
إِنَّ اللّهَ لاَ يَغْفِرُ أَن يُشْرَكَ بِهِ وَيَغْفِرُ مَا دُونَ ذَلِكَ لِمَن يَشَاء
Waarlijk, Allah vergeeft niet dat men iets met Hem vereenzelvigt, maar Hij zal al hetgeen daarbuiten staat vergeven, wie Hij wil. (soerah an Nisa’; 4:48)
ad Durar as Saniyyah; 2-87-89 (dit is niet de volledige tekst - voor de volledige tekst neem een kijkje in de vermelde bron; op verzoek is deze tekst ook in PDF te verkrijgen)
Onze Nieuwsbrief
Scan mij mobiel!

Zusters e-mail
Vrouwelijke bezoekers:
Wij verzoeken alle vrouwelijke bezoekers het adres zusters@ahlul-tawhid.com te gebruik indien ze contact willen opnemen met ons.




